Hoe stel je de thermostaat bij vloerverwarming goed in

Door Koen

Overdag is het doorgaans aan te raden de temperatuur van uw vloerverwarmingsthermostaat in te stellen tussen 19 en 21 graden Celsius. 's Nachts is een verlaging van 1 tot 2 graden meestal voldoende. Grote temperatuurschommelingen worden over het algemeen afgeraden. Vloerverwarmingssystemen reageren traag en houden de warmte lang vast. Daarom is het meestal beter om een stabiele temperatuur te handhaven dan om de temperatuur regelmatig handmatig aan te passen.

hoeveel graden thermostaat vloerverwarming

Hoeveel graden thermostaat bij vloerverwarming

Bij de vraag hoeveel graden thermostaat vloerverwarming ideaal is, draait het vooral om comfort en regelmaat. In de meeste woningen is 19 tot 21 graden overdag een goed uitgangspunt. 's Nachts of bij afwezigheid kun je meestal iets lager gaan, maar grote verschillen zijn vaak niet slim.

Dat komt doordat vloerverwarming langzaam opwarmt en ook langzaam afkoelt. Je merkt dus minder snel effect van een wijziging op de thermostaat. Daarom is het meestal beter om met kleine stapjes te werken en de temperatuur vrij stabiel te houden.

Overdag meestal 19 tot 21 graden

Hoeveel graden thermostaat vloerverwarming overdag prettig is, verschilt per huishouden. Toch komt de praktijk vaak neer op een bereik tussen 19 en 21 graden. Dat is voor de meeste Nederlandse gezinnen warm genoeg om comfortabel te wonen, zonder onnodig hoog te stoken.

Welke temperatuur het beste past, hangt af van je situatie:

  • 19 graden is vaak genoeg als je zuinig wilt stoken en in een goed geïsoleerd huis woont. Door de gelijkmatige warmte voelt dat vaak aangenamer dan bij radiatoren.
  • 20 graden is voor veel gezinnen de beste middenweg. Het voelt comfortabel, zonder dat de thermostaat erg hoog hoeft te staan.
  • 21 graden past beter bij mensen die het snel koud hebben, zoals ouderen of kleine kinderen die veel op de vloer spelen.

Een praktisch voorbeeld: in een moderne tussenwoning met goede isolatie voelt 20 graden met vloerverwarming vaak al heel behaaglijk. Je hebt minder last van koude hoeken en de warmte is gelijkmatiger verdeeld. Daardoor is de gevoelstemperatuur vaak prettiger dan bij dezelfde temperatuur met radiatoren.

's Nachts 1 tot 2 graden lager

Bij vloerverwarming is een kleine nachtverlaging meestal slimmer dan een grote. In veel huizen werkt 1 graad lager prima. In goed geïsoleerde woningen kan 2 graden ook goed gaan. Meer verlagen lijkt aantrekkelijk, maar pakt vaak minder gunstig uit.

Als de vloer te veel afkoelt, duurt het in de ochtend lang voordat alles weer comfortabel aanvoelt. Zeker in de winter kan dat betekenen dat je uren op herstelwarmte wacht. De installatie moet dan extra hard werken om het verschil weer in te halen.

Een beperkte nachtverlaging heeft meestal deze voordelen:

  • de vloer blijft redelijk op temperatuur;
  • de kamer voelt 's ochtends sneller prettig aan;
  • je voorkomt grote temperatuurschommelingen;
  • het systeem blijft efficiënter werken.

Staat je thermostaat overdag op 20 graden, dan is 19 graden in de nacht vaak een logische keuze. Daarmee bespaar je meestal genoeg, zonder in te leveren op comfort in de ochtend.

Grote sprongen liever vermijden

Hoeveel graden thermostaat vloerverwarming je ook kiest, grote sprongen kun je beter vermijden. Vloerverwarming is namelijk traag. Als je de thermostaat ineens flink hoger zet, wordt het huis niet meteen warm. De vloer moet eerst zelf op temperatuur komen.

Dat zie je vaak in de praktijk. Wie na thuiskomst de thermostaat van 17 naar 21 graden zet, merkt meestal niet direct verschil. Pas later komt die warmte vrij. Soms zelfs op een moment waarop je het eigenlijk al warm genoeg hebt.

Beter is om zo te werken:

  • verander de temperatuur met kleine stapjes van 0,5 tot 1 graad;
  • gebruik een klokprogramma voor vaste momenten;
  • stel overdag en 's nachts een logisch ritme in;
  • voorkom dat je steeds handmatig moet corrigeren.

Een rustige regeling past veel beter bij vloerverwarming. Dat zorgt meestal voor meer comfort én helpt om zuiniger te verwarmen.

Waarom vloerverwarming anders werkt

Om goed te begrijpen hoeveel graden thermostaat vloerverwarming handig is, moet je weten hoe dit systeem werkt. Vloerverwarming verwarmt een ruimte anders dan radiatoren. De warmte komt niet uit één warm punt aan de muur, maar uit het hele vloeroppervlak.

Dat geeft een prettige, gelijkmatige warmte. Tegelijk zorgt het ervoor dat het systeem trager reageert. Juist daarom werken snelle correcties vaak minder goed. De vloer heeft tijd nodig om op te warmen en blijft daarna nog lang warmte afgeven.

De vloer warmt langzaam op

Een belangrijk kenmerk van vloerverwarming is de trage opwarming. De buizen of verwarmingsmatten zitten onder de vloer. Eerst moet de vloer zelf warmte opnemen. Daarna merk je het effect pas in de ruimte.

Dat verschil voel je goed in vergelijking met radiatoren. Een radiator blaast of straalt vrij snel warmte de kamer in. Bij vloerverwarming duurt dat langer, vooral bij een dikke cementdekvloer of tegelvloer.

In de praktijk betekent dat:

  • zet de temperatuur op tijd hoger als je warmte verwacht nodig te hebben;
  • reken niet op direct effect van een handmatige aanpassing;
  • gebruik liever een vast dagprogramma dan losse correcties;
  • houd rekening met een opwarmtijd van meerdere uren.

Wie dat eenmaal doorheeft, begrijpt beter waarom een stabiele instelling vaak prettiger werkt dan steeds aan de thermostaat draaien.

Warmte blijft langer hangen

Vloerverwarming warmt langzaam op, maar heeft ook een voordeel: de warmte blijft lang hangen. De vloer werkt als een soort warmtebuffer. Zodra die eenmaal warm is, geeft hij nog lange tijd geleidelijk warmte af.

Dat merk je vooral in goed geïsoleerde huizen. Daar zakt de temperatuur vaak minder snel dan mensen verwachten. Ook als de thermostaat tijdelijk minder vraagt, blijft de ruimte nog een tijd aangenaam aanvoelen.

Dat is gunstig voor comfort en energiegebruik. Je hebt minder last van pieken en dalen in temperatuur. Daardoor voelt de woning rustiger aan. Voor gezinnen is dat prettig, omdat de woonkamer niet elk moment anders aanvoelt.

Een concreet voorbeeld: als de woonkamer op 20 graden staat, kan het goed zijn dat het ook later op de avond nog comfortabel blijft, zonder dat het systeem continu actief hoeft te verwarmen.

Snelle correcties werken minder goed

Veel mensen denken dat de thermostaat een soort gaspedaal is. Even hoger zetten en het wordt sneller warm. Bij vloerverwarming werkt dat meestal niet zo. Het systeem kan niet ineens veel harder gaan verwarmen, omdat de vloer eerst nog moet opwarmen.

Daarom heeft het weinig zin om bij kou direct een paar graden omhoog te gaan. De kamer wordt daar meestal niet sneller warm van. Wat wel gebeurt, is dat het systeem langer blijft verwarmen. Daardoor kan het later ineens te warm worden.

Handiger is om:

  • de temperatuur beperkt aan te passen;
  • te werken met vaste tijden;
  • de ruimte de kans te geven rustig op te warmen;
  • niet te reageren op elk klein gevoel van kou.

Dat klinkt simpel, maar het scheelt vaak veel frustratie. Je krijgt een gelijkmatiger binnenklimaat en voorkomt dat je onnodig hoog stookt.

Dikke vloeren reageren trager

Niet elke vloerverwarming reageert hetzelfde. De opbouw van de vloer maakt veel verschil. Een systeem in een dikke dekvloer is meestal trager dan een droogbouwsysteem. Ook het type vloerafwerking speelt mee.

Tegels geleiden warmte vaak goed, maar als daaronder veel massa zit, reageert het systeem alsnog langzaam. Hout of laminaat kan de warmte iets meer afremmen, afhankelijk van dikte en materiaal. Pvc zit daar vaak tussenin.

Handig om op te letten:

  • Dikke natbouwvloeren reageren langzaam, maar houden warmte lang vast.
  • Droogbouwsystemen warmen vaak sneller op en koelen ook sneller af.
  • Tegelvloeren geven warmte prettig door en voelen vaak snel comfortabel.
  • Houten vloeren kunnen wat rustiger reageren, zeker als ze dikker zijn.

Ken je vloeropbouw, dan kun je veel realistischer bepalen welke thermostaatinstelling in jouw huis goed werkt.

Waarom vloerverwarming anders werkt

Wat is een goede dagtemperatuur

De beste dagtemperatuur hangt af van je woning, je gezin en hoe warm je het graag hebt. Toch zoeken veel mensen gewoon een praktisch uitgangspunt. Bij hoeveel graden thermostaat vloerverwarming kom je voor overdag meestal uit op 19, 20 of 21 graden.

Die drie temperaturen passen bij verschillende wensen. De een wil vooral besparen, de ander zoekt een comfortabele middenweg. En sommige mensen hebben nu eenmaal meer warmte nodig om zich prettig te voelen.

19 graden bij zuinig stoken

Hoeveel graden thermostaat vloerverwarming je nodig hebt om zuinig te stoken? In veel gevallen is 19 graden een prima beginpunt. Zeker in goed geïsoleerde huizen is dat vaak comfortabel genoeg. Omdat de warmte gelijkmatig via de vloer wordt afgegeven, voelt 19 graden vaak prettiger dan je misschien verwacht.

Deze stand past vooral goed bij:

  • huishoudens die bewust op energieverbruik letten;
  • moderne woningen met goede isolatie;
  • mensen die overdag actief bezig zijn;
  • gezinnen die extra kleding in huis geen probleem vinden.

Stel: je woont in een relatief nieuwe woning met goede kierdichting en vloerisolatie. Dan kan 19 graden overdag verrassend comfortabel zijn. Je voeten blijven warmer dan bij radiatoren en de ruimte voelt gelijkmatiger aan.

Twijfel je? Begin dan met 19 graden en kijk een paar dagen hoe het voelt. Als het net te fris is, verhoog dan liever met een halve of hele graad dan meteen veel meer.

20 graden voor normaal comfort

Voor veel huishoudens is 20 graden de prettigste standaard. Het is vaak de beste balans tussen comfort en verbruik. Daarom is dit voor veel Nederlandse gezinnen de meest logische dagtemperatuur.

Deze instelling past goed als:

  • je overdag regelmatig thuis bent;
  • verschillende gezinsleden allemaal tevreden moeten zijn;
  • je een comfortabele basis zoekt zonder veel gedoe;
  • je niet te laag, maar ook niet onnodig hoog wilt stoken.

In woningen met vloerverwarming voelt 20 graden vaak heel aangenaam. De warmte stijgt rustig op vanaf de vloer en verspreidt zich gelijkmatig. Daardoor voelt de kamer vaak behaaglijker aan dan bij een radiator die vooral de lucht in de buurt verwarmt.

Voor veel mensen is 20 graden dan ook een goede testwaarde. Vanuit daar kun je makkelijk bepalen of jouw woning beter werkt op 19,5 of juist 20,5 graden.

21 graden bij meer warmtebehoefte

Sommige mensen hebben gewoon meer warmte nodig. Dan is 21 graden helemaal geen gekke keuze. Dat geldt bijvoorbeeld voor ouderen, mensen die veel stilzitten of gezinnen met kleine kinderen die vaak op de vloer spelen.

Ook bepaalde woningen vragen soms om een iets hogere temperatuur. Grote raampartijen, veel buitenmuren of een ruimte op het noorden kunnen ervoor zorgen dat 20 graden net wat frisser aanvoelt.

21 graden kan passen bij:

  • gezinnen met jonge kinderen;
  • ouderen of mensen die het snel koud hebben;
  • thuiswerkers die lang stilzitten;
  • woonkamers met veel glas of een open indeling.

Wel is het goed om te kijken of 21 graden echt nodig is. Soms geeft 20,5 graden al precies genoeg extra comfort. Zo houd je het aangenaam, zonder de thermostaat structureel hoger te zetten dan nodig.

Wat is een goede dagtemperatuur

Hoeveel nachtverlaging is slim

Bij vloerverwarming is nachtverlaging vaak een kwestie van nuance. Een klein verschil werkt meestal beter dan een grote stap. De vloer blijft immers nog lang warmte afgeven en heeft tijd nodig om weer op temperatuur te komen.

Daarom is de slimste nachtverlaging meestal beperkt. Voor de meeste woningen is 1 graad al voldoende. In goed geïsoleerde huizen kun je soms 2 graden proberen. Meer dan dat is vaak alleen handig als vloerverwarming bij jou niet de hoofdverwarming is.

1 graad voor stabiel comfort

Een nachtverlaging van 1 graad is voor veel huishoudens de veiligste en prettigste keuze. Je bespaart iets op je verbruik, maar de vloer koelt niet te ver af. Daardoor blijft het comfort in de ochtend beter behouden.

Deze instelling werkt vaak goed bij:

  • vloerverwarming als hoofdverwarming;
  • woningen met een normale of goede isolatie;
  • huishoudens die vroeg warmte willen in de ochtend;
  • systemen die gekoppeld zijn aan een warmtepomp.

Een concreet voorbeeld: staat je woonkamer overdag op 20 graden, dan is 19 graden in de nacht vaak een logische en comfortabele instelling. De vloer blijft redelijk op temperatuur, waardoor je bij het opstaan niet meteen een koude ruimte in loopt.

Voor veel gezinnen is dit de beste middenweg. Je houdt rust in het systeem en voorkomt dat de verwarming in de ochtend lang moet herstellen.

2 graden bij goed geïsoleerde huizen

In goed geïsoleerde huizen kan een nachtverlaging van 2 graden prima werken. Dat geldt vooral voor woningen waar de temperatuur 's nachts sowieso maar langzaam daalt. Denk aan nieuwbouw, goed nageïsoleerde huizen en woningen met moderne ramen en goede vloerisolatie.

Toch is het belangrijk om te kijken hoe jouw huis reageert. In het ene huis werkt 2 graden prima. In het andere duurt het herstel te lang en voelt de ochtend minder prettig aan.

Een verlaging van 2 graden kan passend zijn als:

  • je woning weinig warmte verliest;
  • de vloer redelijk voorspelbaar opwarmt;
  • je niet direct vroeg maximale warmte nodig hebt;
  • je installatie goed is ingeregeld.

Merk je dat de vloer in de ochtend te koud aanvoelt of dat de temperatuur pas laat op de dag herstelt? Dan is 1 graad meestal toch verstandiger.

Hoeveel nachtverlaging is slim

Wanneer laat je vloerverwarming constant staan

Bij sommige woningen is het antwoord op hoeveel graden thermostaat vloerverwarming verrassend simpel: bijna niet veranderen. Vooral bij hoofdverwarming, goede isolatie of een warmtepomp werkt een constante temperatuur vaak beter dan dagelijks op- en afschakelen.

Constant laten staan betekent niet dat je nooit meer iets aanpast. Het betekent vooral dat je werkt met kleine verschillen en een rustig patroon. Dat is vaak prettiger voor het comfort en sluit beter aan bij de manier waarop vloerverwarming warmte afgeeft.

Bij hoofdverwarming

Als vloerverwarming je hoofdverwarming is, is een stabiele instelling vaak de beste keuze. Het systeem is dan bedoeld om de hele ruimte gelijkmatig warm te houden. Grote verlagingen verstoren dat patroon meestal meer dan ze opleveren.

Vooral in open woonruimtes merk je dit goed. Als de hele benedenverdieping afhankelijk is van vloerverwarming, voelt een afgekoelde vloer in de ochtend vaak direct minder prettig. De ruimte heeft dan tijd nodig om weer in balans te komen.

Een praktische aanpak is vaak:

  • overdag 19 tot 20,5 graden;
  • 's nachts maximaal 1 graad lager;
  • zo min mogelijk handmatig bijstellen;
  • gebruikmaken van een vast programma.

Dat geeft rust in huis. Zeker voor gezinnen met een vast ritme werkt dat vaak beter dan elke dag opnieuw schuiven met temperaturen.

Bij een warmtepomp

Met een warmtepomp is een constante instelling vaak nog belangrijker. Een warmtepomp werkt het efficiëntst als hij rustig en langdurig op lage temperatuur kan verwarmen. Grote schommelingen passen daar meestal niet goed bij.

Daarom wordt bij een warmtepomp vaak aangeraden om de thermostaat nauwelijks te laten variëren. In veel huizen werkt een vaste instelling van bijvoorbeeld 19,5 of 20 graden uitstekend. Soms wordt 's nachts helemaal niet verlaagd, of hooguit met 1 graad.

Dat is logisch, want:

  • een warmtepomp houdt van gelijkmatig draaien;
  • grote opwarmpieken verlagen vaak het rendement;
  • een stabiele temperatuur geeft meer comfort;
  • het systeem hoeft minder hard te herstellen na afkoeling.

Heb je een warmtepomp, dan is het meestal slim om vloerverwarming te behandelen als een systeem dat liever rustig doorgaat dan dagelijks opnieuw moet opstarten.

Bij goede isolatie

In goed geïsoleerde woningen blijft de warmte langer binnen. Daardoor is de winst van grote nachtverlagingen vaak beperkt. De temperatuur zakt immers toch al minder snel. In zulke huizen is een bijna constante instelling vaak heel logisch.

Dat zie je vaak in nieuwbouw of woningen die goed zijn gerenoveerd. De warmte blijft beter hangen in de vloer, muren en lucht in huis. Daardoor voelt de woning langer stabiel aan, ook als de thermostaat tijdelijk weinig hoeft te doen.

Wat vaak goed werkt:

  • een vaste basis van 19 of 20 graden;
  • weinig of geen grote verlaging in de nacht;
  • kleine aanpassingen als dat nodig is;
  • rekening houden met zoninstraling overdag.

Zo voorkom je dat je systeem reageert op minieme verschillen die je in de praktijk nauwelijks merkt.

Bij trage opwarming

Sommige vloeren zijn zo traag dat constant verwarmen gewoon de meest praktische oplossing is. Dat geldt vaak voor dikke natbouwvloeren of oudere systemen met veel massa. In zulke huizen duurt het lang voordat een temperatuurverhoging echt merkbaar wordt.

Als je merkt dat het huis pas uren later aangenaam wordt, dan heeft sterk verlagen meestal weinig zin. De verwarming is dan vooral bezig om achterstand in te halen. Het comfort komt te laat en de besparing valt vaak tegen.

Signalen van trage opwarming zijn:

  • de vloer voelt 's ochtends lang koud aan;
  • het huis warmt pas laat op de dag goed op;
  • je draait vaak handmatig aan de thermostaat;
  • een snelle verhoging geeft nauwelijks direct effect.

In zo'n situatie is een stabiele temperatuur meestal de rustigste en prettigste oplossing.

Praktische tips voor slim instellen

Als je eenmaal weet hoeveel graden thermostaat vloerverwarming ongeveer prettig is, helpt het om ook slim met de regeling om te gaan. De juiste instelling zit namelijk niet alleen in het getal, maar ook in de manier waarop je ermee omgaat.

Met een paar eenvoudige gewoontes haal je vaak meer comfort uit hetzelfde systeem. Bovendien voorkom je dat je energie verbruikt zonder dat het echt iets oplevert.

Handige tips:

  • Begin met een basistemperatuur van 20 graden. Dat is voor veel woningen een goed vertrekpunt.
  • Verlaag 's nachts eerst maar 1 graad. Kijk een paar dagen hoe de woning reageert.
  • Pas steeds maar één ding tegelijk aan. Dan merk je beter wat echt effect heeft.
  • Geef het systeem tijd. Beoordeel een nieuwe instelling niet al na een uur.
  • Let op de vloerafwerking. Tegels, pvc en hout reageren niet hetzelfde.
  • Kijk naar je leefritme. Een gezin dat vroeg opstaat, heeft vaak baat bij meer stabiliteit.
  • Houd rekening met het weer. Op zonnige winterdagen warmt een woonkamer met veel glas soms vanzelf op.

Twijfel je over de juiste instelling? Dan is het vaak slimmer om een week lang te observeren dan om elke dag opnieuw te veranderen. Kijk naar comfort, opwarmtijd en verbruik. Zo vind je sneller een instelling die echt bij je huis past.

Praktische tips voor slim instellen

Conclusie

Voor de meeste woningen ligt een goede dagtemperatuur tussen 19 en 21 graden. Daarbij is 20 graden vaak de beste middenweg. In de nacht is 1 graad lager meestal al voldoende, en in goed geïsoleerde huizen kun je soms 2 graden proberen.Minstens zo belangrijk is de manier van regelen. Vloerverwarming werkt het prettigst met rust en regelmaat. Grote temperatuurverschillen leveren vaak weinig op, omdat de vloer traag opwarmt en warmte lang vasthoudt. Zeker bij hoofdverwarming, een warmtepomp of goede isolatie is een stabiele instelling meestal de slimste keuze.Wil je ontdekken wat in jouw huis het beste werkt? Start dan met 20 graden overdag en 19 graden 's nachts. Geef het systeem een paar dagen de tijd en kijk hoe comfortabel het voelt. Zo ontdek je stap voor stap hoeveel graden thermostaat vloerverwarming in jouw situatie echt nodig heeft.

FAQ

Hoeveel graden moet de thermostaat bij vloerverwarming staan

Voor de meeste woningen staat de thermostaat bij vloerverwarming overdag het best tussen 19 en 21 graden. Veel huishoudens komen uit op 20 graden als fijne standaard. In goed geïsoleerde huizen is 19 graden soms al genoeg. Heb je meer warmte nodig, dan kan 21 graden prettig zijn. De beste instelling hangt af van isolatie, vloeropbouw en persoonlijke voorkeur.

Moet vloerverwarming altijd aan blijven

Nee, vloerverwarming hoeft niet letterlijk altijd aan te blijven. Wel werkt het meestal beter met een vrij constante temperatuur. Zeker als het om hoofdverwarming gaat, of als je een warmtepomp hebt, zijn grote schommelingen vaak niet handig. Een kleine nachtverlaging is meestal genoeg. In veel huizen is dat comfortabeler én praktischer dan vaak uitzetten en weer opwarmen.

Hoeveel graden nachtverlaging bij vloerverwarming

Bij vloerverwarming is 1 graad nachtverlaging vaak de beste keuze. In goed geïsoleerde woningen kan 2 graden soms ook prima werken. Meer verlagen is meestal minder slim, omdat de vloer dan te veel afkoelt. Daardoor duurt het langer voordat de ruimte weer aangenaam is. Een beperkte verlaging geeft meestal de beste balans tussen comfort en besparing.

Is 21 graden te hoog voor vloerverwarming

Nee, 21 graden is niet automatisch te hoog voor vloerverwarming. Voor sommige mensen is dat juist een prettige temperatuur. Denk aan ouderen, jonge kinderen of mensen die veel stilzitten. Wel ligt het energieverbruik natuurlijk hoger dan bij 19 of 20 graden. Daarom is het verstandig om eerst te kijken of een iets lagere instelling ook al comfortabel genoeg is.