Thermostaat 's nachts op de juiste temperatuur

Door Koen

Er bestaat geen temperatuurinstelling die perfect werkt voor elk huis.De juiste instelling hangt af van de isolatie van het huis, het verwarmingssysteem en uw persoonlijke comfortniveau. Goed geïsoleerde rijtjeshuizen kunnen doorgaans op een lagere temperatuur draaien dan oudere hoekhuizen. Bovendien heeft het een aanzienlijke invloed of u een centrale cv-ketel of een warmtepomp heeft.

hoe hoog thermostaat 's nachts

Hoe hoog zet je de thermostaat 's nachts

De vraag hoe hoog zet je de thermostaat 's nachts kun je het best beantwoorden door naar je woning en je verwarming te kijken. Voor veel huishoudens werkt een bescheiden nachtverlaging prima. Zo bespaar je energie, zonder dat je wakker wordt in een koud of klam huis.

Begin liever met een realistische instelling dan met een extreme besparing. Kijk daarna een paar dagen tot een week hoe je woning reageert. Let niet alleen op de temperatuur, maar ook op je slaapcomfort, condens op de ramen en hoe snel het huis in de ochtend weer opwarmt.

15 tot 17 graden voor veel huizen

Voor veel Nederlandse woningen is 15 tot 17 graden een goed uitgangspunt voor de nacht. Dat geldt vooral voor huizen met redelijke isolatie en een gewone verwarmingsinstallatie. Deze temperatuur is vaak laag genoeg om te besparen, maar hoog genoeg om te voorkomen dat het huis te sterk afkoelt.

Een woning voelt niet alleen comfortabel door warme lucht. Ook de temperatuur van vloeren, muren en meubels telt mee. Als die te koud worden, kan het huis kil aanvoelen, zelfs als de thermostaat in de ochtend alweer hoger staat. Daarom is 15 tot 17 graden voor veel gezinnen een praktische middenweg.

In de praktijk werkt dit bereik vaak goed in situaties zoals deze:

  • Tussenwoning met dubbel glas en cv-ketel: de warmte blijft redelijk behouden, waardoor de verwarming 's nachts minder vaak aanslaat. Dat scheelt vaak in verbruik, zonder dat het huis in de ochtend onaangenaam koud is.
  • Rijtjeshuis met slaapkamers boven: beneden mag het 's nachts gerust wat koeler zijn, terwijl slaapkamers vaak vanzelf al frisser blijven. Een instelling van 16 graden in de woonkamer is dan voor veel huishoudens voldoende.
  • Gezinnen die overdag 19 of 20 graden aanhouden: de stap naar 15, 16 of 17 graden is dan meestal groot genoeg om effect te merken op de energierekening, zonder een grote klap in comfort.

16 tot 18 graden bij extra comfort

Sommige huishoudens voelen zich prettiger bij 16 tot 18 graden in de nacht. Dat is heel normaal. Niet ieder huis houdt warmte even goed vast, en niet iedereen slaapt prettig in een koel huis. Zeker bij jonge kinderen, ouderen of mensen die gevoelig zijn voor kou kan een iets hogere nachtstand fijner zijn.

Extra comfort betekent niet meteen dat je onzuinig stookt. In een huis dat snel afkoelt of traag opwarmt, kan 17 of 18 graden zelfs de verstandigste keuze zijn. Je voorkomt dan dat muren en vloeren te koud worden en dat de ochtend stroef begint.

Een iets hogere nachttemperatuur is vaak logisch in deze gevallen:

  • Oudere woning met matige isolatie: koude buitenmuren en tocht maken een huis sneller kil. Dan voelt 17 of 18 graden vaak prettiger dan 15 of 16 graden, ook al lijkt het verschil op papier klein.
  • Bewoners met gezondheidsklachten: mensen met reuma, gevoelige luchtwegen of een sterke gevoeligheid voor kou hebben vaak meer baat bij een stabiele binnentemperatuur dan bij flinke schommelingen.
  • Gezinnen met een vroege ochtendroutine: als iedereen al vroeg uit bed moet, is een huis dat minder is afgekoeld vaak comfortabeler. Je hoeft dan minder lang te wachten op warmte in de woonkamer of badkamer.

1 tot 2 graden lager bij een warmtepomp

Bij een warmtepomp ligt het anders. Wie wil weten hoe hoog thermostaat 's nachts moet staan met dit systeem, zit meestal goed met een kleine verlaging van 1 tot 2 graden. Een warmtepomp werkt namelijk het zuinigst als de temperatuur in huis vrij stabiel blijft.

Een grote nachtverlaging lijkt slim, maar is dat vaak niet. De installatie moet dan later harder werken om de woning weer op temperatuur te krijgen. Vooral bij vloerverwarming duurt dat lang. Daardoor kan het comfort dalen en het rendement juist minder gunstig worden.

Praktische voorbeelden maken dat verschil duidelijk:

  • Overdag 20 graden in huis: zet de thermostaat dan 's nachts bijvoorbeeld op 18 of 19 graden. Dat geeft rust in het systeem en voorkomt een lange opwarmtijd in de ochtend.
  • Warmtepomp met vloerverwarming: de vloer reageert traag. Als je te ver zakt in temperatuur, voelt het huis 's ochtends lang koud aan, ook als de installatie al volop draait.
  • Goed geïsoleerde nieuwbouwwoning: hier is soms zelfs bijna geen nachtverlaging nodig. Het huis houdt warmte lang vast, waardoor een stabiele temperatuur vaak prettiger én efficiënt is.

Hoe hoog zet je de thermostaat 's nachts

Wat bepaalt de beste nachttemperatuur

De beste nachttemperatuur hangt nooit van één ding af. Twee huizen in dezelfde straat kunnen heel anders reageren op exact dezelfde instelling. Daarom werkt een algemeen advies alleen als startpunt. Daarna moet je vooral kijken naar je eigen woning en leefritme.

Belangrijke factoren zijn onder meer de isolatie, het type verwarming, de luchtvochtigheid en je persoonlijke slaapcomfort. Samen bepalen ze of 15 graden prima is, of dat 17 graden in jouw huis beter past.

Isolatie van je woning

De isolatie van je woning is een van de belangrijkste factoren. In een goed geïsoleerd huis blijft warmte langer hangen. Daardoor kun je de thermostaat vaak wat lager zetten zonder dat het binnen snel onaangenaam koud wordt. In een ouder of slecht geïsoleerd huis verlies je juist sneller warmte via ramen, vloer, dak en muren.

Dat merk je niet alleen op de energierekening. Een woning met koude buitenmuren of tocht voelt ook minder comfortabel. Zo kan 16 graden in een goed geïsoleerd huis prettiger aanvoelen dan 18 graden in een tochtige woning.

Let vooral op deze punten:

  • Dubbel of HR++-glas: dat vermindert warmteverlies via ramen en voorkomt koude straling. Daardoor voelt een lagere temperatuur vaak minder scherp of kil aan.
  • Dak- en vloerisolatie: deze isolatie helpt vooral 's nachts. Warmte stijgt op en verdwijnt zonder goede isolatie sneller via het dak. Via een onverwarmde vloer trekt kou juist omhoog.
  • Kieren en tocht: zelfs een redelijke thermostaatstand voelt onprettig als er koude lucht door kozijnen, deuren of ventilatieroosters blaast. Tocht maakt een huis sneller onaangenaam dan veel mensen denken.

Type verwarmingssysteem

Niet elk verwarmingssysteem reageert hetzelfde op nachtverlaging. Een cv-ketel kan meestal vrij snel warmte leveren. Daarom kun je met een cv vaak iets verder terug in temperatuur. Een warmtepomp werkt juist het best met kleine verschillen tussen dag en nacht.

Ook het soort afgiftesysteem speelt mee. Radiatoren geven snel warmte af en reageren vrij direct. Vloerverwarming doet dat langzamer. Daardoor draait het niet alleen om de vraag hoe hoog, maar ook om hoe snel je woning weer op temperatuur moet zijn.

In de praktijk zie je vaak deze verschillen:

  • Cv-ketel met radiatoren: geschikt voor een duidelijke nachtverlaging, bijvoorbeeld van 20 naar 16 graden. Het huis warmt meestal binnen redelijke tijd weer op.
  • Warmtepomp met vloerverwarming: beter geschikt voor een kleine verlaging. Grote schommelingen werken hier meestal ongunstig voor zowel comfort als efficiëntie.
  • Hybride systeem: dit vraagt wat meer testen. De ideale nachtstand hangt af van hoe vaak de ketel bijspringt en hoe de regeling is ingesteld.

Vocht en condens in huis

Bij de vraag naar de juiste stand van de thermostaat 's nachts denken veel mensen vooral aan besparen. Toch is vocht minstens zo belangrijk. Als een woning te ver afkoelt, ontstaat sneller condens op ramen, kozijnen en koude muren. Dat is niet alleen vervelend, maar vergroot ook de kans op schimmel.

Vooral in slaapkamers en ruimtes waar minder goed wordt geventileerd speelt dit mee. Douchen, koken en simpelweg ademen brengen vocht in huis. Als warme lucht afkoelt op koude oppervlakken, krijg je beslagen of natte ramen.

Om vochtproblemen te beperken, helpt het om op deze dingen te letten:

  • Ventileer ook in de winter: een rooster, klepraam of mechanische ventilatie voert vocht af zonder dat het huis direct ijskoud wordt.
  • Controleer de ramen in de ochtend: zie je vaak condens, dan kan de woning te veel afkoelen of is de ventilatie onvoldoende.
  • Gebruik een hygrometer: daarmee zie je of de luchtvochtigheid binnen een gezond bereik blijft. Voor veel woningen is 40 tot 60 procent een goed richtpunt.

Gezondheid en slaapcomfort

De beste nachttemperatuur is ook persoonlijk. De een slaapt heerlijk in een koele kamer, terwijl de ander wakker wordt met koude voeten of stijve spieren. Leeftijd, gezondheid en persoonlijke voorkeur spelen daarom een grotere rol dan veel mensen denken.

Voor slaapkamers wordt vaak een koelere temperatuur aangeraden dan voor de woonkamer. Toch betekent dat niet dat het hele huis koud moet zijn. Zeker als je 's nachts uit bed moet, een baby verzorgt of vroeg opstaat, is een redelijk stabiele temperatuur prettig.

Denk hierbij aan deze situaties:

  • Slaapkwaliteit: veel mensen slapen goed in een frisse kamer, maar een té koude kamer kan onrustig maken. Je wordt dan vaker wakker of voelt je in de ochtend niet goed uitgerust.
  • Luchtwegklachten: een koud en vochtig huis is vaak minder prettig voor mensen met astma of andere luchtwegproblemen. Een stabiele temperatuur helpt dan vaak meer.
  • Ouderen en jonge kinderen: zij reageren meestal gevoeliger op kou en temperatuurschommelingen. Een gematigde nachtverlaging is dan vaak verstandiger.

Wat bepaalt de beste nachttemperatuur

Thermostaat 's nachts bij een cv-ketel

Bij een cv-ketel kun je de temperatuur 's nachts meestal best wat lager zetten. Dat is voor veel huishoudens een eenvoudige manier om energie te besparen. Toch werkt ook hier niet elke instelling in elk huis even goed. Te ver teruggaan kan juist oncomfortabel zijn en soms zelfs onhandig uitpakken.

De beste aanpak is meestal een combinatie van een redelijke nachtverlaging, een goed ingesteld ochtendprogramma en af en toe bijsturen per seizoen. Zo houd je grip op comfort én verbruik.

Verwarming lager zetten

Bij een cv-ketel is verwarming lager zetten in de nacht vaak een logische eerste stap. Voor veel huizen werkt een nachtstand van 15, 16 of 17 graden prima. Hoe laag je kunt gaan, hangt vooral af van isolatie, woningtype en hoe snel het huis weer warm wordt.

Een cv-ketel warmt relatief snel op. Daardoor denken sommige mensen dat de verwarming 's nachts helemaal uit het zuinigst is. In de praktijk hoeft dat niet zo te zijn. Als het huis te veel afkoelt, kost het in de ochtend juist extra energie om alles weer behaaglijk te krijgen.

Een handige manier om te testen is:

  • Begin met een nachtstand van 17 graden en houd die een paar dagen aan.
  • Gaat dat goed, probeer dan 16 graden.
  • Pas als het comfort goed blijft en er geen vochtproblemen ontstaan, kun je eventueel naar 15 graden gaan.

Zo ontdek je vrij snel wat in jouw huis nog prettig werkt.

Te sterk afkoelen voorkomen

Een veelgemaakte fout bij een cv-ketel is dat de woning te sterk afkoelt. Dat gebeurt vooral in oudere huizen, hoekwoningen en woningen met veel glas of matige vloerisolatie. De lucht is dan misschien snel weer warm, maar muren en vloeren blijven langer koud. Daardoor voelt het huis alsnog kil aan.

Je merkt dat meestal snel genoeg. De woonkamer voelt in de ochtend onaangenaam, ondanks een hogere thermostaatstand. Of het duurt lang voordat het binnen echt behaaglijk is. Ook condens op ramen is een signaal dat de temperatuur misschien te ver is teruggezet.

Let vooral op deze aanwijzingen:

  • Koude muren of vloeren: die geven een kil gevoel, zelfs als de thermostaat alweer op 19 of 20 graden staat.
  • Lange opwarmtijd: moet de ketel lang draaien voordat het huis comfortabel aanvoelt, dan is de nachtverlaging mogelijk te groot.
  • Meer condens in de ochtend: dat kan betekenen dat de woning te veel afkoelt of dat er onvoldoende wordt geventileerd.

In zulke gevallen is iets hoger stoken in de nacht vaak slimmer dan nóg lager gaan.

Ochtendprogramma goed timen

Bij een cv-ketel is niet alleen de temperatuur belangrijk, maar ook het tijdstip waarop de verwarming weer aangaat. Een goed ochtendprogramma maakt een groot verschil in comfort. Als je om 7.00 uur een warme woonkamer wilt, moet de ketel meestal al eerder beginnen.

Hoeveel eerder precies, verschilt per huis. Een kleine tussenwoning warmt sneller op dan een vrijstaande woning. Heb je beneden vloerverwarming en boven radiatoren, dan vraagt dat ook om net iets andere timing.

Een praktisch schema ziet er vaak zo uit:

  • Sta je op om 6.30 uur? Laat de verwarming dan bijvoorbeeld rond 5.45 of 6.00 uur starten.
  • Heb je vloerverwarming op de begane grond? Begin dan liever wat eerder, omdat de warmte trager op gang komt.
  • Heb je een slimme of programmeerbare thermostaat? Gebruik verschillende schema's voor werkdagen en weekenden. Dat voorkomt onnodig stoken.

Met een paar dagen testen merk je meestal snel wat een prettig moment is.

Temperatuur per seizoen aanpassen

De ideale nachtstand is niet het hele jaar gelijk. In het najaar is 16 graden vaak prima. In een koude winterweek kan 17 graden prettiger zijn. In het voorjaar heb je soms nauwelijks nachtverwarming nodig, omdat het huis vanzelf minder afkoelt.

Door je instellingen per seizoen aan te passen, voorkom je dat je maandenlang op een onpraktische stand blijft staan. Veel mensen laten hun thermostaat het hele jaar hetzelfde, terwijl de buitentemperatuur en de warmtevraag sterk veranderen.

Een eenvoudige aanpak is:

  • Najaar: start met 16 of 17 graden en kijk hoe het huis reageert.
  • Winter: verhoog zo nodig met 1 graad als het huis te kil of te vochtig wordt.
  • Voorjaar: verlaag weer als nachten zachter worden en de woning minder warmte verliest.

Dat is vaak slimmer dan zoeken naar één instelling voor het hele jaar.

Thermostaat 's nachts bij een cv-ketel

Thermostaat 's nachts bij een warmtepomp

Bij een warmtepomp werkt nachtverlaging anders dan bij een cv-ketel. Hier draait het vooral om rust en stabiliteit. Grote schommelingen in temperatuur passen meestal niet goed bij dit type systeem. Daardoor vraagt de juiste instelling om een iets andere manier van denken.

Wie wil weten hoe hoog thermostaat 's nachts moet staan bij een warmtepomp, doet er meestal goed aan om klein te beginnen en instellingen langer te testen. Dat levert vaak meer op dan elke dag bijsturen.

Kleine verlaging kiezen

Met een warmtepomp is een kleine verlaging meestal het verstandigst. In veel huizen gaat het om 1 graad, soms 2 graden. Meer terugschakelen is vaak niet nodig en kan het systeem juist minder efficiënt maken.

Dat komt doordat een warmtepomp geleidelijk werkt. Het systeem levert continu op lage temperatuur warmte. Als je de woning 's nachts sterk laat afkoelen, duurt het later lang voordat alles weer comfortabel is. Zeker bij vloerverwarming merk je dat goed.

Een realistische aanpak is bijvoorbeeld:

  • Overdag 20 graden, 's nachts 19 graden
  • Overdag 21 graden, 's nachts 19,5 of 20 graden
  • In een zeer goed geïsoleerd huis: bijna geen nachtverlaging, omdat de woning warmte toch al lang vasthoudt

Zo houd je het systeem stabiel en voorkom je onnodig lange opwarmperiodes.

Grote schommelingen vermijden

Grote temperatuurschommelingen zijn bij een warmtepomp meestal geen goed idee. Ze maken het comfort minder voorspelbaar en kunnen het stroomverbruik juist verhogen. Dat klinkt misschien gek, maar het systeem werkt nu eenmaal het zuinigst als het geleidelijk kan blijven draaien.

Als de woning sterk afkoelt, moet de warmtepomp later langer of zwaarder werken. Soms springt extra elektrische verwarming bij. Dat is meestal minder efficiënt dan een kleine, rustige nachtverlaging.

Je voorkomt dat door:

  • de temperatuur niet ineens meerdere graden te laten zakken
  • vaste weekprogramma's te gebruiken in plaats van steeds handmatig te wisselen
  • een nieuwe instelling minstens een paar dagen vol te houden voordat je weer iets verandert

Die rust maakt het gedrag van het systeem veel beter voorspelbaar.

Rustig op temperatuur blijven

Een warmtepomp doet het vaak het best als de woning rustig op temperatuur blijft. Dat betekent niet dat je helemaal niets mag aanpassen, maar wel dat grote sprongen zelden nodig zijn. In goed geïsoleerde huizen werkt zo'n stabiele aanpak meestal erg prettig.

Het voordeel merk je aan meerdere dingen. De vloer voelt aangenamer aan. De woning is in de ochtend sneller comfortabel. En de installatie draait gelijkmatiger, wat vaak ook stiller aanvoelt in huis.

Signalen dat je instelling goed past, zijn bijvoorbeeld:

  • de woning voelt 's ochtends meteen prettig aan
  • de temperatuur schommelt nauwelijks gedurende de dag
  • je hebt weinig last van koude vloeren of klamme lucht
  • de warmtepomp draait zonder duidelijke pieken of lange herstelmomenten

Dat geeft vaak een betrouwbaarder beeld dan alleen naar één dag verbruik kijken.

Instellingen langer testen

Wie een warmtepomp heeft, moet vooral geduld hebben. Een enkele nacht zegt weinig. Het weer, de zon, ventilatie en de buitentemperatuur kunnen per dag flink verschillen. Daarom is het slim om een nieuwe instelling minstens een week te testen.

Veel mensen veranderen te snel. Is het één ochtend wat kouder, dan gaat de thermostaat direct weer omhoog. Maar misschien was die nacht gewoon kouder dan normaal, of stond een rooster open. Door langer te testen krijg je een eerlijker beeld.

Een praktische testmethode is:

  • kies één nachtstand en houd die 7 dagen aan
  • noteer het verbruik, het gevoel in huis en eventuele condens
  • verander daarna hooguit 0,5 tot 1 graad
  • vergelijk opnieuw na een week

Zo ontdek je veel beter wat in jouw woning echt werkt.

Thermostaat 's nachts bij een warmtepomp

Slim besparen zonder koud huis

Besparen op verwarming hoeft niet te betekenen dat je inlevert op comfort. Juist kleine, slimme aanpassingen maken vaak het grootste verschil. Wie goed kijkt naar temperatuur, luchtvochtigheid en dagelijks gebruik, kan vaak zuiniger stoken zonder dat het huis onaangenaam wordt.

De kunst is om niet te snel te veel te willen. Een paar goed gekozen stappen leveren meestal meer op dan rigoureus terugschakelen. Daarmee voorkom je kou, vochtproblemen en een onrustig binnenklimaat.

Temperatuur stap voor stap verlagen

Als je wilt besparen, verlaag de temperatuur dan in kleine stappen. Dat werkt prettiger en geeft een eerlijker beeld van wat nog comfortabel is. Ga je in één keer meerdere graden omlaag, dan is de kans groter dat het huis te koud of te vochtig wordt.

Een rustige aanpak ziet er vaak zo uit:

  • Verlaag de nachtstand eerst met 1 graad.
  • Houd die instelling minstens 4 tot 7 dagen aan.
  • Let op slaapcomfort, ochtendgevoel en eventuele condens.
  • Verlaag pas daarna nog eens met 0,5 of 1 graad als dat goed blijft gaan.

Voor gezinnen is dit vaak de handigste manier. Je merkt snel genoeg of de nieuwe stand nog prettig is.

Verbruik een week volgen

Je weet pas of een nachtverlaging echt zin heeft als je het verbruik een tijdje volgt. Eén dag zegt weinig. Een zachte nacht, veel zon of een koude oostenwind kunnen het beeld flink vertekenen. Daarom is een periode van een week vaak een beter uitgangspunt.

Gebruik bijvoorbeeld je slimme meter, thermostaat-app of de dagcijfers van je energieleverancier. Combineer die cijfers altijd met wat je in huis merkt. Een instelling die iets bespaart maar elke ochtend voor een kil huis zorgt, is vaak niet de beste keuze.

Handig om bij te houden:

  • dag- en nachtinstelling van de thermostaat
  • buitentemperatuur of algemeen weerbeeld
  • hoe het huis in de ochtend aanvoelt
  • of er condens op ramen zit
  • dagelijks gas- of stroomverbruik

Na een week zie je meestal duidelijk of de aanpassing werkt.

Luchtvochtigheid controleren

Een lagere temperatuur beïnvloedt ook de luchtvochtigheid in huis. Daarom is het slim om niet alleen naar graden te kijken. Een woning kan qua temperatuur prima lijken, maar toch te vochtig aanvoelen. Dat merk je vaak aan beslagen ramen, muffe lucht of een klam gevoel in slaapkamers.

Met een eenvoudige hygrometer kun je dit goed volgen. Dat hoeft geen dure aankoop te zijn. Zo'n meter geeft snel inzicht in hoe je binnenklimaat zich gedraagt bij verschillende instellingen.

Praktische richtlijnen:

  • 40 tot 60 procent luchtvochtigheid is voor veel woningen prettig
  • boven 60 procent neemt de kans op condens en schimmel toe
  • onder 40 procent kan de lucht droog aanvoelen, vooral voor neus en keel

Als de vochtigheid oploopt na een nachtverlaging, is beter ventileren of iets hoger stoken vaak verstandig.

Slaapcomfort laten meewegen

De zuinigste instelling is niet automatisch de beste. Je huis moet ook prettig blijven om in te wonen en te slapen. Daarom hoort slaapcomfort gewoon mee te tellen in je keuze. Zeker als je regelmatig wakker wordt van kou, schiet een te lage nachtstand zijn doel voorbij.

Comfort klinkt misschien subjectief, maar je kunt het heel concreet beoordelen. Word je uitgerust wakker? Voelt de slaapkamer fris in plaats van klam? Is de badkamer in de ochtend nog een beetje aangenaam? Dat zijn bruikbare signalen.

Neem deze vragen mee:

  • slaap je rustig of word je wakker van kou?
  • voelt de slaapkamer fris maar niet kil?
  • is het huis prettig genoeg als je 's nachts uit bed moet?
  • blijft de ochtendroutine comfortabel voor het hele gezin?

Dan kies je een temperatuur die niet alleen zuinig, maar ook leefbaar is.

Slim besparen zonder koud huis

Conclusie

Wie wil bepalen hoe hoog thermostaat 's nachts het best staat, komt meestal uit op een bandbreedte in plaats van op één perfect getal. Voor veel huizen is 15 tot 17 graden een goed begin. Wie meer comfort wil, kiest vaak 16 tot 18 graden. Bij een warmtepomp is een kleine verlaging van 1 tot 2 graden meestal het verstandigst.De beste keuze hangt af van isolatie, verwarming, vocht en persoonlijke voorkeur. Test daarom niet één nacht, maar liever een hele week. Let op verbruik, condens en hoe het huis aanvoelt. Zo vind je in jouw situatie het beste antwoord op de vraag hoe hoog thermostaat 's nachts echt moet staan.

FAQ

Wat is de beste temperatuur in huis 's nachts

Voor veel woningen ligt de beste temperatuur 's nachts tussen 15 en 17 graden. Dat is vaak koel genoeg om energie te besparen, zonder dat het huis te ver afkoelt. In oudere of tochtige woningen kan 16 tot 18 graden prettiger zijn.De beste temperatuur hangt af van isolatie, comfort en het soort verwarming. Bij een warmtepomp is een kleine verlaging meestal slimmer dan een grote terugval.

Is 15 graden in huis ongezond

15 graden in huis is niet automatisch ongezond. In veel woningen kan dit een prima nachtstand zijn, zeker als het huis droog blijft en goed wordt geventileerd. Wel kan het in sommige huizen te koud of te vochtig worden, vooral bij matige isolatie.Het wordt vooral onprettig als lage temperatuur samengaat met condens, tocht of schimmel. Kijk dus niet alleen naar het getal, maar ook naar het binnenklimaat als geheel.

Hoe hoog zet je de thermostaat in de slaapkamer

In de slaapkamer hoeft de thermostaat meestal niet hoog te staan. Veel mensen slapen prettig bij 15 tot 18 graden. Dat is koel genoeg voor frisse lucht, maar vaak nog comfortabel genoeg om goed te slapen.De ideale temperatuur verschilt per persoon. Let daarom op hoe de kamer aanvoelt, of er condens ontstaat en of je goed slaapt. Dat zegt vaak meer dan een standaardadvies.

Hoeveel bespaar je met 1 graad lager

Met 1 graad lager kun je vaak merkbaar besparen, maar hoeveel precies verschilt per woning en verwarmingssysteem. In een slecht geïsoleerd huis met hoog verbruik is het effect meestal groter dan in een compacte, goed geïsoleerde woning.Kijk daarom vooral naar je eigen situatie. Vergelijk een week lang je verbruik en comfort. Dan zie je beter of die ene graad in jouw huis echt voordeel oplevert.

Moet de verwarming 's nachts helemaal uit

De verwarming 's nachts helemaal uitzetten is meestal niet voor iedereen de beste keuze. In sommige goed geïsoleerde huizen kan het prima, maar in veel woningen koelt het huis dan te ver af. Dat kan zorgen voor een kil gevoel, meer condens en een langere opwarmtijd in de ochtend.Bij een cv-ketel is een redelijke nachtverlaging vaak slimmer dan helemaal uit. Bij een warmtepomp is volledig uitschakelen meestal af te raden. Een gematigde, stabiele instelling werkt vaak het prettigst.